OM niet in cassatie tegen vrijspraak leraar Cheider

Twee maanden geleden had het OM nog een procedure aangekondigd bij de Hoge Raad tegen het arrest van het gerechtshof. Die is afgelopen week ingetrokken, zegt een woordvoerder. De families van de slachtoffers noemen het besluit “onbegrijpelijk”, schrijft het NRC.

Ephraïm S., voormalig docent op de orthodox-joodse Cheiderschool in Amsterdam, werd in februari door het Hof in Amsterdam vrijgesproken van ontucht met een destijds 13-jarige leerling. De rechtbank had S. in eerste instantie veroordeeld tot twee jaar cel voor onder andere het betasten van het geslachtsdeel van de leerling.

Justitie ziet er vanaf om het arrest voor te leggen aan de Hoge Raad, die het zou kunnen vernietigen. Daardoor is S. definitief vrijgesproken. Een procedure bij de Hoge Raad „is wat ons betreft kansloos”, schrijft het OM in een verklaring.

Gevlucht naar Israël

S. werd in 2012 beschuldigd van misbruik van zes kinderen tussen de 6 en 13 jaar. Pas na externe druk deed het Cheider aangifte. S. was toen al naar Israël gevlucht, dat het hem in 2016 uitleverde aan Nederland. In 2018 werd hij veroordeeld tot twee jaar cel voor misbruik van één leerling. Voor het misbruiken van vijf andere leerlingen werd hij vrijgesproken.

Externe deskundigen

Na de vrijspraak door het Hof hadden de families twee verschillende externe deskundigen gevraagd een advies te schrijven over de zaak, in de hoop daarmee het OM te overtuigen de cassatie door te zetten. Strafpleiter Wouter de Zanger, die samen met zijn partner Stijn Franken een van de twee adviezen schreef, vindt het jammer dat het OM niet naar de Hoge Raad gaat, omdat zij „wel aanknopingspunten voor een cassatie” zien.

Het tweede advies is geschreven door een gerenommeerde rechtsgeleerde, een voormalig universitair hoofddocent aan een van de grootste universiteit van ons land. Hij laat in een schriftelijke reactie weten: “Het gerechtshof in zijn arrest en het Openbaar Ministerie in zijn besluit schieten tekort in de naleving van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Het is onvoldoende duidelijk waarom het gerechtshof het in het dossier aanwezige steunbewijs niet in de overweging heeft betrokken dan wel niet toereikend heeft geacht. Het is tevens onvoldoende duidelijk waarom het Openbaar Ministerie de ingestelde cassatie zonder deugdelijke motivatie heeft ingetrokken.”

Civiele procedure

De families overwegen nu een stap naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en een civiele procedure tegen S. Tevens pleiten zij voor een onafhankelijk onderzoek naar “verwijtbaar handelen en nalaten van het bestuur van het Cheider”. Het bestuur van de school zette destijds ouders onder druk om geen aangifte te doen. Ook deed het bestuur zelf maandenlang geen aangifte tegen de leraar.

Reactie advocaat Ephraim S.

Geert-Jan Knoops, de advocaat van S., noemt het intrekken in de cassatie “juridisch een volkomen juiste beslissing”. Volgens Knoops komt er met dit besluit voor S. “na bijna negen jaar eindelijk een einde aan een lange juridische lijdensweg die voor hem grote maatschappelijke en mentale gevolgen heeft gehad.”

Reactie woordvoerder slachtoffers

“Het is een schrale troost dat de rechtbank Amsterdam S. eerder heeft veroordeeld en dat het gerechtshof Amsterdam de verklaringen van het slachtoffer betrouwbaar, helder, consistent en gedetailleerd heeft beoordeeld en de suggesties van de advocaat en de deskundigen van S. als “speculatief” terzijde heeft geschoven. De vrijspraak van S. is slechts juridisch-technisch van aard en had in cassatie kunnen en moeten worden vernietigd. Het is onbegrijpelijk dat het Openbaar Ministerie gedurende de hoger beroepsprocedure gebrekkig met de slachtoffers heeft gecommuniceerd, herhaaldelijke verzoeken om diverse steunbewijzen te onderzoeken en aan het dossier toe te voegen heeft geweigerd en de reeds ingestelde cassatie tegen het uitdrukkelijke advies van onafhankelijke gerenommeerde rechtsdeskundigen in heeft ingetrokken. Het ongemotiveerde besluit is een klap in het gezicht van de slachtoffers en een verzwakking van de positie van slachtoffers in het Nederlandse strafproces. De betrokken slachtoffers beraden zich momenteel over een stap naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en over een civiele procedure tegen S. Voorts pleiten zij voor een onafhankelijk onderzoek naar het verwijtbaar handelen en nalaten van het bestuur van het Cheider in deze zaak. Met name dienen te worden onderzocht de ernstige beschuldigingen van ouders van slachtoffers dat het bestuur hen onder druk heeft gezet om geen aangifte te doen en zelf maandenlang heeft gewacht met het doen van aangifte. Door het verstrijken van de tijd konden de verklaringen van een deel van de zeer jonge slachtoffers niet meer als (steun)bewijs worden gebruikt.”

Ontvang gratis onze nieuwsbrieven!