Tussen hemel en hel, leven met Kamp Vught

‘Tussen hemel en hel’ is een bijzondere documentaire over het voormalige concentratiekamp Vught. De film portreteert het kamp als een voorportaal van de hel in het oosten aan de hand van getuigenissen van overlevenden.

Na de besloten première voor genodigden op 11 januari in Breda maakte
de film een tour langs de Brabantse filmtheaters.

Op maandag 31 maart is
de film te zien in Het Ketelhuis in Amsterdam, met The holocaust
experience van Oeke Hoogendijk. De documentaire is geregisseerd door de
Bredase regisseur Joost Seelen. Eerder maakte hij films als Water en
Vuur (over Marinus van der Lubbe) en De stad was van ons (over de
Amsterdamse kraakbeweging).
Geproduceerd door: Zuidenwind Filmprodukties
in co-productie met de NCRV
Deze film kwam tot stand met steun
van:
Co-Productiefonds Binnenlandse Omroep
Gemeente Vught
Rotterdams Fonds
voor de Film en Audiovisuele Media
VSB Fonds
Uitvoerend producent: Joyce
Drosterij

In het dagblad BN/De Stem stond een vraaggesprek met de maker
van de film Joost Seelen (45). “De menselijke creativiteit kent ‘bijna’
geen grenzen als het op overleven aankomt.” Dat is de boodschap van de
Bredase filmer Joost Seelen (45) in de documentaire Tussen Hemel en
Hel, leven met Kamp Vught die 26 januari in première gaat in Chassé
Cinema in Breda.

In negen persoonlijke monologen vertellen enkele van de
laatste overlevenden van Konzentrationslager Herzogenbusch, het enige
SS-concentratiekamp in Nederland, over de instinctieve manieren waarop
zij aan de gruwelijkheden wisten te ontkomen en tevens de hoop op
bevrijding levend konden houden. Seelen: “In de meest bizarre
omstandigheden boven jezelf uitstijgen. Dat vind ik iets
fascinerends.”

Exact zestig jaar geleden – januari 1943 – werd in de
bossen bij Vught, vlakbij natuurbad De IJzeren Man, Kamp Vught geopend.
Het kamp stond onder rechtstreeks bevel van het SS-hoofdkwartier in
Berlijn en heeft dan ook dezelfde bouwstijl als Auschwitz, Dachau,
Sobibor en Mauthausen. In de openingsscène van Hemel en Hel zuigt de
camera de kijker het verhaal in. Net als de met de trein aangevoerde
gevangenen en de zonder proces ter dood veroordeelden, volg je het
smalle pad onder de bomen dat naar de karakteristieke poort voert.
Eenmaal binnen laat Seelen enkele van de laatste nog levende getuigen
hun nog steeds moeilijk voorstelbare verhalen vertellen.

“Er
stonden bij binnenkomst drie kappers. De haren op je hoofd werden
weggeknipt, onder de oksels en al het haar rond de geslachtsdelen werd
weggeknipt”, zegt Gerrit Gremmen die in 1942 werd opgepakt omdat hij
als hulpambtenaar bij de gemeente distributiebonnen had verduisterd.
Johanna Wildschut werd gearresteerd omdat ze Jehova’s getuige was: “We
moesten ons uitkleden en alles afgeven. Je was geen mens meer, maar een
nummer. Ik werd nummer driehonderd. Heel onwennig.”

Aan de hand van de
persoonlijke ervaringen van de voormalige gevangenen brengt de uit
Rijen afkomstige filmer de onmenselijke maar ook unieke situatie in het
Brabantse kamp in beeld. Seelen: “Ik leerde het kamp kennen toen mijn
film over Marinus van der Lubbe hier gedraaid werd voor de donateurs
van het Nationaal Monument Kamp Vught. Tijdens mijn eerste bezoek had
ik hetzelfde gevoel als op een begraafplaats. Heel onheilspellend. Het
bijzondere verhaal van Vught sprak me aan. Aangezien er nooit eerder
een documentaire over Kamp Vught is gemaakt en het aantal ooggetuigen
ieder jaar kleiner wordt, besloot ik dat ik meteen aan de
voorbereidingen van de film meteen moest beginnen.”

De omstandigheden in
het kamp ten zuid-oosten van Den Bosch waren anders dan in de andere
kampen. Seelen: “Hier werden allerlei verschillende soorten mensen