Antisemitisme en schijnheiligheid in de Nederlandse samenleving

In de serie: "Post Holocaust and Anti-Semitism" heeft Manfred Gerstenfeld een artikel geschreven over het antisemitisme en de schijnheiligheid in de Nederlandse samenleving van tegenwoordig.

Een korte samenvatting:
In een Europees rapport over het antisemitisme werd Nederland, in het verleden bekend als een staat waar antisemitisme weinig betekenis had, beschouwd als een van Europa s leidende landen in dit soort racisme.

Verbaal en gewelddadig antisemitisme in Nederland zijn tegenwoordig waarschijnlijk heviger dan op enig ander moment gedurende de laatste twee eeuwen, met uitzondering van de Duitse bezettingsjaren.

Tolerantie jegens onverdraagzaamheid is karakteristiek voor Nederland. Het percentage van misdaden waartegen een vervolging wordt ingezet is te laag om het te definieren als een rechtstaat. De ontwikkeling van antisemitisme en anti-Israëlisme zijn indicatief in ruimere zin voor ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving.

Ten gevolge van het relatief hoge misdaadpercentage binnen de Marokkaanse gemeenschap in Nederland, gekoppeld aan de internationale Arabische antisemitische haatpropaganda, vormen joden gewilde doelen voor het gedrag van racisten uit deze gemeenschap.

In het zogenaamd tolerante Nederland proberen joden vaak hun joodse identiteit te verbergen. Leidende joodse figuren vertellen in de Nederlandse media de bedreigingen en beledigingen die ze ondergaan als ze in het openbaar een keppeltje dragen.

Vele Nederlanders -politici en ook anderen- weigeren te erkennen dat zich onder leidende figuren en leden van minderheidsgroepen, zoals de Nederlandse Marokkanen, extreme racisten bevinden.

Op verschillende niveaus in Nederland bestaat er een discriminerende houding t.o.v. Israël. Verslaggeving in de media is vaak bevooroordeeld. Op politiek terrein zijn discriminerende houdingen t.o.v. Israël ook buiten de linkse kringen te bespeuren. Onder de hypocriete Nederlandse politici in de grote partijen bevinden zich de voormalige leider van de PvdA, Ad Melkert, en de Christen-Democratische Minister van Buitenlandse Zaken, Bernard Bot.

Vele Nederlandse critici van Israël bewaren het stilzwijgen over het falen van het eigen land volgens de criteria die zij aan Israël wensen op te leggen. Deze structurele Nederlandse hypocrisie kwam duidelijk tot uiting in de houding voor, tijdens en na, de massamoord in Srebrenica. De onbekwaamheid, het gebrek aan verantwoordelijkheid en de nalatigheid van Nederland heeft de omvangrijkste slachting na de Holocaust in Europa mede mogelijk heeft gemaakt.

De belangrijkste elementen van de Nederlandse samenleving -waaronder de regering, het parlement, het leger, de media en de intellectuelen- hebben langdurig de onderliggende problematiek van de Srebrenica-affaire op een laag pitje gehouden. Kritiek op deze dramatische tekortkoming van Nederland was veel milder dan de veelvuldige Nederlandse kritiek op Israël.

Er zijn nog meer redenen om het positieve beeld van de Nederlandse houding t.o.v. de joden bij te stellen. Zo heeft de Nederlandse regering nog steeds niet erkend dat het Nederlandse ambtenarenapparaat de voorbereidingen voor de moord van joden door de Duitsers tijdens de Holocaust massief heeft ondersteund. De regering geeft ook nog steeds een vertekend beeld van de na-oorlogse discriminatie tegen joden in Nederland.

Manfred Gerstenfeld is voorzitter van de Raad van Beheer van het Jerusalem Center for Public Affairs.
De volledige engelse tekst van dit essay is te lezen op de website van het Jerusalem Center for Public Affairs