NIOD-tentoonstelling Oorlogskind nu in Rotterdam

Vijftien kinderen en hun oorlogsherinneringen: twaalf van hen gaan terug naar de dramatische gebeurtenissen van de jaren ’40-’45 die bepalend waren voor hun leven, de andere drie vertellen wat ze overkwam in recente oorlogen. De reizende tentoonstelling eindigt haar tournee langs de Nederlandse provincies in Zuid-Holland in de Sint Laurenskerk in Rotterdam.

Zolang je geen jood was en je vader niet in het verzet zat, was er niet zo veel acuut gevaar te vrezen. Maar in elk van de personen die in "Oorlogskind" voor het voetlicht komen, heeft de oorlog nooit meer uit te wissen sporen nagelaten. Ze hebben allen een eigen verhaal en bovendien een voorwerp uit de oorlog dat hem of haar het dierbaarst is. Van Hilda Post, dochter van de bekende verzetsheld Johannes Post, staat bijvoorbeeld een speelgoedserviesje tentoongesteld. Ze kreeg het van haar vader en ze weet nog hoe hij zijn aankoop bij zijn vrouw, die het te duur vond, verdedigde. "Het kind moet al zo veel doorstaan."

De omgeving en de gezinssituatie waarin een kind tijdens de Tweede Wereldoorlog opgroeide, bepalen voor een groot deel de persoonlijke ervaringen. "Daarom zijn dit unieke verhalen", zegt Erik Somers, samensteller van de tentoonstelling, namens het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). "De oorlog wordt vijftien keer anders verteld. Het verhaal van een NSB-kind, dat we er ook in hebben, is totaal anders dan dat van Ed van Thijn, die op maar liefst achttien verschillende onderduikadressen werd ondergebracht. Van Thijn had vooral tijdens de oorlog een groot probleem, de NSB-zoon vooral daarna. Maar als kind had je geen keus. De gezinssituatie bepaalde hun oorlogsbelevenissen en bepaalt nu hun oorlogsherinneringen."

Uniek is zeker ook het verhaal van Louk de Liever, een joodse jongen die in het laatste jaar van de oorlog naar Westerbork werd getransporteerd. De Liever werd in 1939 geboren en al in het begin van de oorlog bij pleegouders ondergebracht. De Liever: "Ik was in ?44 nauwelijks op de hoogte van mijn achtergrond en naam." Samen met vijftig andere kinderen kwam de vijfjarige Louis terecht in de trein van Westerbork naar Bergen-Belsen om daar vernietigd te worden. Dit transport is later door het leven gegaan als het "transport van de onbekende kinderen". "Bergen-Belsen bereikten wij echter niet omdat de spoorrails gebombardeerd waren. Daarom heb ik in het weeshuis van het kamp Theresienstadt de bevrijding meegemaakt." De Lievers tastbare herinnering is de lijst met 51 namen waar ook zijn onderduiknaam, Louis Veenstra, op staat, zij het met vraagtekens achter zijn naam. "Mijn geboortedatum klopte wel." Het NIOD vond de lijst enkele jaren geleden in zijn archieven, en De Liever was er erg blij mee. "Mijn ouders, die de oorlog ook overleefden, wilden mijn kampverleden nooit geloven. Ik herinnerde mij bijvoorbeeld dat ik een tuintje had en dat ik met vijftig andere kinderen in een treinwagon had gezeten. Ze noemden me een fantast. Nu had ik het bewijs in handen dat er werkelijk zo?n transport geweest was. Toen ik in 2000 voor het eerst Theresienstadt weer bezocht, vielen ook andere stukjes op hun plaats. Theresienstadt was een modelkamp en om het Rode Kruis zand in de ogen te strooien, werd daar zo veel mogelijk een normale gezinssituatie nagebootst, die zeker voor kinderen leefbaar was. In werkelijkheid overleefden slechts honderd kinderen die in Theresienstadt gezeten hadden de oorlog."

Veel meer raadsels werden opgelost toen De Liever, eveneens in 2000, voor het eerst vijftien andere personen ontmoette die als kind dezelfde reis hadden gemaakt als hij. Hij herinnerde zich bijvoorbeeld dat hij tijdens de reis ook olifanten en tijgers had gezien. "Dat kon natuurlijk helemaal niet. To