Compensatie voor deportaties

Tweehonderd Joodse families uit België, Canada, de VS, Israël en Frankrijk gaan schadevergoeding eisen van de Franse spoorwegmaatschappij SNCF voor haar rol in de deportaties van gevangenen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De Belgische, Franse, Israëlische, Canadese en Amerikaanse families eisen in totaal een bedrag dat in de miljoenen euro’s loopt, aldus Mr. Matthieu Delmas, de advocaat die de zaak aanhangig maakte. Ze verwijten de Franse spoorwegmaatschappij dat ze hun familieleden onder onmenselijke omstandigheden gedeporteerd hebben, wetende dat de Joden het risico liepen te worden vermoord.

De Franse spoorwegen hebben twee maanden de tijd om te antwoorden op de schriftelijke vraag. Als er geen antwoord komt, starten de families een rechtszaak.

De eisers voelen zich gesterkt door het Franse europarlementslid Alain Lipietz (Les Verts), die er in juni van dit jaar in slaagde de Franse staat en de Franse spoorwegmaatschappij SNCF door een rechtbank in Toulouse te laten veroordelen voor hun rol bij het transport van zijn vader en diens halfbroer in 1944 naar het kamp van Drancy* bij Parijs. De SNCF werd veroordeeld tot het betalen van 62.000 euro schadevergoeding.

*Drancy was het doorgangskamp van waaruit 67.000 Joodse mannen, vrouwen en kinderen werden gedeporteerd naar het vernietigingskamp Auschwitz.