Nieuwe Blog van Rob Fransman “Centrum Amsterdam”

Cafe Zwart Amsterdam. Foto Facebook

Mijn leefwereld is mijn stadsdorp Oud Zuid en de golfclub in Noord. In de Amsterdamse binnenstad kom ik nog maar zelden. Te druk met toeristen, alle leuke winkels zijn vervangen door grootwinkelbedrijven, de stad is de stad niet meer, in de horeca is geen Nederlands personeel, enz. De bekende argumenten. Maar het zijn clichés en gewoon flauwe kul. De binnenstad is nog wel leuk!

Gisteren dronk ik iets met een vriend die in het centrum woont. Makkelijk voor hem, spraken we af bij café Zwart op het Spui. Omdat het mooi weer was (i.e. niet regende) ging ik op de fiets. Leuk ritje. Stadionweg, langs de Hilton, dan via de voetbalvrouw-sjieke Cornelis Schuytstraat doorsteken naar het Vondelpark, Leidseplein, grachten en je bent op het Spui. Langzaam fietsend nam dat nog geen 20 minuten.

Zodra je uit het Vondelpark komt verandert het karakter van de stad. Daar zijn de toeristen! Zoveel verschillende mensen, zoveel talen, zoveel mensen lopend op het fietspad, zoveel mensen bijna onder mijn voorwiel. Zo’n elektrisch fietsje als ik bezit kan 25 km per uur maar het is zelfmoord als je is de stad zo snel fietst. Overigens denk ik dat ik de enige Amsterdammer ben die stopt voor een rood stoplicht. ‘Ouwe lul,’ zie je de mensen denken die om me heen nog net even voor het aankomend verkeer oversteken. Ze hebben gelijk.

In café Zwart sloeg de nostalgie toe. Mijn eerste baantje in Amsterdam was bij een textielfirma op de Keizersgracht, vlakbij het Spui. Na het werk gingen mijn collega’s en ik vaak nog even in de stad iets drinken. Het werd soms laat, heel laat. Onveranderlijk begonnen we bij Zwart. Dan een broodje eten bij Kootje en dan naar de Koningshut, ook op het Spui. We noemden het café Honingskut en met reden, het was een sneuveltent.

In het café kwamen veel leuke studentes. Ook kwamen de bereidwillige dames uit de steegjes daar in de buurt er vaak iets drinken als het rustig was. Ach, het is al bijna zestig jaar geleden. Café Zwart is nog precies hetzelfde als toen. Zelfs de oer-Amsterdamse barman was hetzelfde rondborstige type dat daar vroeger ook de scepter zwaaide. Broodje van Kootje is reeds lang verdwenen, alleen bij van Dobben, een stukje verder, worden nog belegde broodjes verkocht. Maar toen ik via de Spuistraat terug naar huis fietste zag ik dat de Koningshut nog bestaat. Ik bedacht dat fietsen door de binnenstad van Amsterdam nog steeds zijn charmes heeft. Of er bij de Koningshut nog steeds bereidwillige dames te vinden zijn heb ik niet kunnen vaststellen.