‘Allemaal nep’ – Een nieuwe column van Simon Soesan

Screenshot Twitter

Jaren geleden mocht ik Delta Air Lines in Israël leiden. Het was een gecompliceerde taak, nadat Delta de winstgevende routes van Pan American Airlines had opgekocht, omdat PanAm failliet was gegaan. Mijn taak was niet alleen het leiden, maar het introduceren, opzetten en creëren van deze luchtvaartmaatschappij in Israël.

Ik kreeg aardig wat hulp: uit het hoofdkwartier in Atlanta, Georgia, werden “coaches” gestuurd voor elk departement, zodat we allemaal snel konden leren hoe dingen de “Delta-way” gedaan moesten worden.

Ik kan me herinneren dat ik in mijn kantoor wat documenten aan het lezen was, toen er een enorme grote zwarte hand in mijn gezicht werd geduwd. “Hi, I am White.”, zei een zware basstem. Ik keek op naar een reus van een man, een zwarte man. “You must be kidding”, was mijn reactie en de man grijnsde.

Het was het begin van een lange vriendschap. Gary White kwam uit Atlanta om mij te helpen met wat specifieke problemen, maar we werden al snel meer dan collega’s. Weken later was ik in Atlanta voor vergaderingen en Gary nodigde me uit voor een etentje. Het was al laat toen we daarmee klaar waren, maar Gary wilde me nog naar een echte jazz-club nemen, waar ik mijn eerste Manhattan Ice Tea dronk. Het was al na middernacht toen we de club verlieten. Gary en ik spraken veel over Amerika en Israël: hij wilde meer over Israël weten – ik wilde meer over het leven in Amerika weten.

“Voordat je me terug rijdt naar het hotel – laat me iets zien wat een grote betekenis heeft voor je”, vroeg ik hem. Gary was opgegroeid in Atlanta en had vele verhalen. Hij keek me even aan, gebaarde me mee te lopen en na een paar minuten stonden we voor het graf van Martin Luther King. Wit, met heel veel water er omheen, herinner ik me. Gary keek me aan. “Je hebt geen idee wat het is om zwart te zijn in Amerika. Om ’s ochtends op te staan, in de spiegel te kijken en begrijpen dat dit nooit weg gaat: je bent zwart, je bent genaaid voor het leven.”

Zo zaten we, twee mannen met een ongemakkelijke achtergrond. We hebben die nacht tot aan het ochtendgloren gepraat. Slaap was onbelangrijk.

Ik moest hieraan denken, nadat de zoveelste zwarte man door wetshandhavers in Amerika was vermoord. Ik probeerde Gary, naar jaren, weer te vinden, maar kreeg slecht nieuws.

Als Jood draag ik niet alleen duizenden jaren van geschiedenis mee, ik draag ook de gevolgen van antisemitisme mee: ik weet wat het is om gediscrimineerd te worden, ook heb ik fysiek geweld tegen mij, om mijn Jodendom, meegemaakt. Gary’s verhalen klonken echter erger, ongelooflijker en schokkender.

Maar erger dan de discriminatie, erger dan het geweld, is in mijn ogen het feit dat zoveel mensen en organisaties even “meeliften” met deze vreselijke taferelen. We zien in de media mensen die in vrede willen protesteren, en dan opeens zijn er relschoppers die de boel willen vernietigen, zaken in de fik steken, mensen in elkaar slaan. “Antifa!”, schreeuwen ze, alsof ze tegen het Fascisme demonstreren. Terwijl er geen Fascisme is. Niet in Amerika, niet in Nederland.

Weet u wie echt Antifa waren? De duizenden soldaten die in Normandië landden. En vochten. En hun leven gaven om het Fascisme de nek om te draaien. Waardoor ik leef. Waardoor u – en velen met u – vandaag geen Duits spreken. Dat was de echte Antifa.

We kijken deze dagen naar surrealistische beelden van soldaten in de Amerikaanse steden. Alsof we in een film leven. Alsof de Corona dreiging niet gek genoeg was. Jaren van nu zullen historici vertellen hoe de CoronaCrisis geleid werd: goed, slecht etc. Want de beste blik op het leven heb je als je even terug kijkt.

Maar wereldleiders hebben een beslissing genomen. Goed of slecht, we zullen ons er allemaal aan moeten houden: afstand houden, mondkapje doen, even voorzichtig zijn en nadenken.

Allemaal?

Nee, niet als je een links-anarchistische burgemeester bent van Amsterdam. Niet als je, in de stad die ooit de bijnaam Mokum, omdat het “HaMakom”, DE plek voor Joden, kreeg, waar je lekker eigenwijs een leugenachtige demonstratie voor een “vrij Palestina” op de Dam toe laat, maar geen demonstratie voor Israël laat gebeuren. Geen vlag van Israël laat wapperen, want dat is intimiderend. Waar je lekker het IAMsterdam weg laat halen, want dat vind je niet multiculti.

Waar je de koning van Nederland, ouden van dagen, ouders, grootouders, winkeleigenaren en medisch personeel te kakken kan zetten als burgemeester, omdat je via Zwarte Piet de wereld wilt laten zien hoe links je bent en daarom 5000 man bovenop elkaar stapelt op de Dam, want “demonstreren is zo belangrijk.”

Gary White waarschuwde me ooit: “Pas op voor goeddoeners, die mee willen lopen met je. De meesten lopen mee en zoeken een camera, zodat ze gezien kunnen worden en ’s avonds aan tafel kunnen zeggen dat zij niet discrimineren, want ze liepen mee met je. Dit soort mensen zijn ongevoelig voor jouw geschiedenis, ongevoelig voor jouw problemen. Ze zoeken winst: politiek, sociaal of zakelijk, meer niet en zullen je laten vallen zodra een ander onderwerp populair wordt. Dit zijn nep-mensen, pas op!”

Gary werd in 2015 doodgeschoten. Dader onbekend. Hij kwam uit een supermarkt en er was een bendeoorlog of zoiets. Zijn zoon vertelde me dat Gary zich over hem had geworpen toen het schieten begon. Meer hoef je niet te weten om te begrijpen wie Gary was. Wat Gary was.

Mij wordt gevraagd waarom ik de burgemeester van Amsterdam Miesjponum noem. Heeft niets met haar gezicht te maken. Meer met haar geest.

Terwijl de wereld in afgrijzen en verbazing kijkt wat er gebeurt in Amerika, keek ik met woede naar de beelden van de Dam en het tevreden lachje van Miesjponum, die meeliep en zelfs een sticker op zichzelf plakte om te laten zien dat ze meeliep. Terwijl grootouders naar hun kleinkinderen smachten, stervende partners en ouders geen afscheid van elkaar mochten nemen, winkeliers hun levenswerk zagen verdwijnen en medisch personeel zich letterlijk bijna dood werkte, wist Miesjponum het allemaal beter.

Prima dat ze IAMsterdam weg haalde – ze is geen Amsterdam.
Ze is nep. Net zoals het wapen van zoonlief. Pure nep.

En zolang zij burgemeester is, eis ik de naam Mokum terug, want onder haar “leiderschap” is Amsterdam niet DE plek voor Joden, in feite is het een plek voor nep-mensen.

Vorig artikelIDF soldaat die zijn been verloor bij terreuraanslag naar rehabilitatie centrum
Volgend artikelTest op antilichamen begint vandaag in Israël
Simon Soesan (1956, Beverwijk) woont sinds 1973 in Israël, waar hij zijn eigen sales-en-marketing bureau had. Tegenwoordig is hij vertegenwoordiger van Keren Hayesod – United Israel Appeal in Duitsland. Soesan is bekend van columns in diverse Nederlandse bladen, zoals NRC-Handelsblad, het Reformatorisch Dagblad, Israël Actueel en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Zijn korte verhalen werden gebundeld in 'Pita met hagelslag' (2005) en ‘Patatje vrede’ (2007), 'Apoetaah' (2016) is zijn derde boek en in juni 2018 is 'Ik ben jij' verschenen. Zijn familie en vriendschappen met Joden, Moslims en Christenen, inspireren hem bij het schrijven.