‘Twijfelachtige eer’- Een nieuwe column van Simon Soesan

Simon Soesan

De brief was erg officieel. En kwam op een ding neer: of ik lid wou worden. Groucho Marx zei ooit dat hij zeker geen lid wilde zijn van een club die hem als lid zou aanvaarden. Ik kreeg een brief. Van een internationaal erkende organisatie die echt alleen maar goed doet en een prima resumé heeft.

De brief zei dat de topman van de club en wat anderen mij voor een lunch uitnodigden. Kon zelfs koosjer zijn als ik dat wilde (Frankfurt telt slechts 1 koosjer restaurant, dat op zondag open is voor brunch…). En of ik bijtijds kon antwoorden.

Dus zat ik daar, op een middag, in een gerenommeerd restaurant in Frankfurt, met een aantal bekende Frankfurters, waar de topman van de club mij en de anderen een uitgebreide uitleg gaven over hun organisatie, die oorspronkelijk uit Amerika kwam en inderdaad veel goeds doet. En wat ze in Duitsland allemaal doen. Dat ik in Duitsland ben, weet ik al lang, en het “Herr Doktor” en “Herr Professor” lieten me het niet vergeten. Diverse activiteiten en bereikte successen werden mij aangetoond. Ook mocht ik vertellen wat ik ongeveer allemaal uitspook in Duitsland – wat erg kort was. 

Ik keek naar de heren aan tafel en bedacht opeens dat hier aan tafel tweede generatie van na de oorlog zitten. Ik, als tweede generatie holocaust-overlevende en zij, tweede generatie van holocaust-overlevenden, ieder met zijn eigen nuance.

Slechts een vraag bleef me over: waarom ik?

Het werd stil om de tafel en voorzitter van de club keek me serieus aan. “Kijk, wij willen meer diversiteit. We zoeken meer kleur. Dus zoeken we nu naarstig naar een Jood en een neger voor onze club, want dat hebben we nog nooit gehad.” (ware quotatie).

Ik keek met een pokerface naar de voorzitter. Hij keek me onschuldig, bijna naief, aan. Ik snapte dat een grappig antwoord (“Neem Sammy Davis, die is Jood, neger en homo!”) niet van pas was. Daar ik me bewust was dat ik hier te gast ben, besloot ik het voorstel te overwegen.

Mocht u binnenkort horen dat ik lid ben geworden van een wereldberoemde club in Frankfurt, waarvan nog nooit een Jood lid is geweest, dan weet u tenminste dat het niet om mijn blauwe ogen, verstand of prestaties ging: ze hadden een Jood nodig.

En ze zoeken nog een neger, mocht u iemand kennen……

Vorig artikelNieuwe podcast van Joop Soesan uit Israël
Volgend artikelNieuwe beperkingen in Israël maar nog net geen lockdown
Simon Soesan (1956, Beverwijk) woont sinds 1973 in Israël, waar hij zijn eigen sales-en-marketing bureau had. Tegenwoordig is hij vertegenwoordiger van Keren Hayesod – United Israel Appeal in Duitsland. Soesan is bekend van columns in diverse Nederlandse bladen, zoals NRC-Handelsblad, het Reformatorisch Dagblad, Israël Actueel en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Zijn korte verhalen werden gebundeld in 'Pita met hagelslag' (2005) en ‘Patatje vrede’ (2007), 'Apoetaah' (2016) is zijn derde boek en in juni 2018 is 'Ik ben jij' verschenen. Zijn familie en vriendschappen met Joden, Moslims en Christenen, inspireren hem bij het schrijven.