‘Uw politici, de helden’ – Een nieuwe column van Simon Soesan

Simon Soesan

Er was eens een boer die een paard had. Elke dag spande de boer het paard voor zijn wagen en ging dan melk leveren aan zijn klanten. De boer had het niet breed en zocht manieren om geld te sparen. Hij bedacht zich opeens dat het paard driemaal per dag eten kreeg en besloot te proberen om het paard slechts tweemaal per dag te voeren. Dat ging prima, zodat hij besloot om te zien of hij nog meer besparen kon en besloot het paard slechts één maaltijd per dag te geven. Ook dat lukte, zodat hij na een paar weken besloot om te zien wat er gebeuren zou als hij het paard gewoon geen eten zou geven.

De boer kon niet begrijpen waaraan het paard na een paar dagen stierf.

Ik moest aan dit verhaaltje denken, toen ik via internationale media een duidelijke vergelijking zag tussen de politieke houding in vele landen in onze wereld na aanloop van de Corona crisis. Ik wil me niet bezighouden met de Corona zelf: ik ben geen arts, weet weinig van epidemieën, laat staan pandemieën. Maar wel snap ik iets van politiek en daar de aanpassingen en besluiten wereldwijd veel gelijkenissen vertonen, voel ik me zeker genoeg om te zeggen dat volgens mij nog niemand echt snapt waar ze mee bezig zijn.

Wel is duidelijk dat, onder de paraplu van de Corona, wereldwijd de vrijheden, die in meeste landen zo gerespecteerd werden, langzaam maar zeker weggenomen worden.

En versta me niet verkeerd: daar ik niks van die Corona snap, ga ik buitenshuis rond met een mondkapje, beperk persoonlijk contact en hou ik afstand. Niet alleen om mijzelf en mijn naasten te beschermen, maar ook om mijn medemens te beschermen, want: zo lang ik niet weet wat die Corona eigenlijk is, neem ik het serieus.

Maar mensen opsluiten? Vrijheid wegnemen? 

De Corona is een virus en als deze epidemie echt zo serieus is, verwacht ik dat de overheid maatregelen neemt die de zieken behandelen en een medicijn in te toekomst verzekerd. Ergens is deze verwachting in rook opgegaan: voor een virus waar minder dan 2% van de zieken aan kan sterven, levert 98% van de bevolking zijn vrijheid in. “om de medische faciliteiten te beschermen, die kunnen de drukte nooit aan”, vandaar preventieve maatregelen, waarvan men geen idee heeft of ze werkelijk helpen. 

Om onze vrijheden af te pakken praat de overheid over golven. Ammehoela: een virus komt niet in golven – een virus blijft tot er een medicijn is. En de aangestoken gevallen nemen toe naarmate men onbeschermd contact heeft met anderen, maar dat is geen golf, echter een natuurlijke reactie.

Uiteraard brengt zulk gedrag complottheorieën met zich mee: Ik hoef ze niet eens te noemen: de lezer kent ze vast wel of weet ze te vinden.

Maar wat gebeurt met een overheid, een regering, die stottert, die dingen zegt die niet kloppen, die feiten niet controleert en die zich zo gênant voelt, dat er geen persoonlijke communicatie meer is tussen overheid en volk? Het vertrouwen gaat weg en de meest normale reactie van een overheid is dan “lekker stug dun”. In de trant van “wij zijn de baas hier”. In vele landen is de overheid vergeten dat men voor het volk werkt en niet andersom. Democratie is de wil van de meerderheid, die de rechten van de minderheid in acht neemt.

Helaas is ook dat veranderd. Net als het paard, krijgt de bevolking in vele landen nog maar twee maaltijden en de gedachte is er al om 1 maaltijd per dag te proberen. Er zijn in Nederland al typetjes die beweren dat het leven na 70 geen zin meer heeft en dat zullen herhalen totdat het geen wens meer is, maar als algemeen feit zal worden geaccepteerd. Die typetjes weten waarschijnlijk niet dat de beste shows in wereld gegeven worden door artiesten die ver, ver over de zeventig zijn. Dat de meeste landen geleid worden door mensen die over de zeventig zijn. Maar in Nederland doen de feiten er nog weinig toe. En langzaam maar zeker zien we deze virus – het opzij leggen van de wil en mening van het volk – zich uitspreiden.

Qua organisatie zou een overheid zich moeten richten op het opvangen en behandelen van de geïnfecteerde patiënten: groot aantal bedden en beademingsmachines klaarzetten. Maar wereldwijd blijkt dat diverse regeringen in de laatste jaren op ziekenzorg bespaard hebben. Ziekenhuizen werden gesloten “omdat ze niet rendabel zijn”. Een overheid zou dan een econoom moeten aanstellen die kijkt hoe dat kan, maar om de een of andere redenen besloten vele regeringen dat een niet-rendabel ziekenhuis dicht moet, zonder te controleren of er behoefte is aan dat ziekenhuis. Uiteraard kunnen we ook hier met complottheorieën komen, maar helpt dat?

Net als in Israël, kiest de Nederlandse bevolking al jarenlang dezelfde droplul als premier: men weet dat hij verre van goed doet, maar vraagt zich af wie hem kan aflossen. “Liever de gek die ik al ken, dan een gek die ik helemaal moet leren kennen”, is de algemene leuze.

En dan is er een middel, een inenting, een vaccin. Plotseling is het einde in zicht, terwijl niemand weet wanneer dat middeltje nou echt komt. Ook weten we de bijverschijnselen na een of twee jaar niet. Wel weten we dat de ambtenaartjes al in hun handen wrijven en proberen te zien of ze gewoon iedereen kunnen dwingen die prik te nemen, want er zijn financiële verplichtingen. Niet alleen tussen regeringen en de farmaceutische industrie – nee: ook tussen politici privé en de conglomeraten. Dat wordt in elk geval wel duidelijk.

Die boer is nog steeds boos op zijn paard, dat stierf en heeft geen sjoege waarom het paard dood neerviel. 

Regeringen wereldwijd vragen zich af waarom het volk zo moeilijk doet, waarom er zo weinig vertrouwen is in de overheid.

Daarom hier mijn voorstel: zodra het vaccin verkrijgbaar is moeten alle regeringen – van premier tot staatssecretaris – ingeënt worden. Dan wacht het volk geduldig een maand of zo. 

Overleven de helden de prik: dan is uw land gered.

Overleven ze het niet: dan is uw land gered.

Ontvang gratis onze nieuwsbrieven!

Vorig artikelFort uit de tijd van Koning David blootgelegd op uitlopers van de Golan (video)
Volgend artikelIsraëlische astronaut vliegt mogelijk samen met Tom Cruise naar het ISS
Simon Soesan (1956, Beverwijk) woont sinds 1973 in Israël, waar hij zijn eigen sales-en-marketing bureau had. Tegenwoordig is hij vertegenwoordiger van Keren Hayesod – United Israel Appeal in Duitsland. Soesan is bekend van columns in diverse Nederlandse bladen, zoals NRC-Handelsblad, het Reformatorisch Dagblad, Israël Actueel en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Zijn korte verhalen werden gebundeld in 'Pita met hagelslag' (2005) en ‘Patatje vrede’ (2007), 'Apoetaah' (2016) is zijn derde boek en in juni 2018 is 'Ik ben jij' verschenen. Zijn familie en vriendschappen met Joden, Moslims en Christenen, inspireren hem bij het schrijven.