‘3000 jaar is niks’ – Een nieuwe column van Rob Fransman

Vorige week was ik de hoofdrolspeler in een film die mijn neef Erik aan het maken is. Niet als acteur uiteraard, ik heb geen enkel talent in dat opzicht. Waarom dan en hoe dan? Ik ga het proberen uit te leggen.

Hoe kun je nu Jood zijn, zonder dat je gelooft?” vroeg mijn neef Erik. Dat hij dat juist aan mij vroeg is geen toeval. Mijn kant van de familie “doet er wat aan”, mijn broer en zijn gezin hebben hun joodszijn nooit ontkend, maar wel alle aspecten die er mee te maken hebben. Dat mijn broer en schoonzus niets met het Jodendom te maken wilden hebben heeft zijn oorzaak in de nasleep van de oorlog, daar ga ik verder niet op in. Maar ook voor de oorlog, zelfs de generaties die daarvoor leefden, hadden de godsdienst al ingeruild voor het socialisme.

Hoe het ook zij, het gezin van mijn broer deed niets aan feestdagen, at op vrijdagavond geen kippensoep en had niets tegen een karbonaadje op zijn tijd. Israël was en is voor hen geen vertrouwd land, laat staan dat ze er een speciale band mee hebben. De kinderen kregen geen enkel Joods begrip mee. Onze kant van de familie maakte zich er wel een vrolijk over dat in het enigszins intellectuele gezin van mijn lieve broer en zijn vrouw, aan iedere cultuur aandacht werd besteed behalve aan de Joodse.

Prima, hun keus. Maar toch wringt er iets. Vooral bij mijn favoriete neef Erik. We spreken elkaar graag en in ieder gesprek komt altijd ons Jodendom voorbij. “Ja hoe komt het dat ik me Joods voel en toch niet in God geloof?” vraagt Erik. “Weet ik veel,” zeg ik dan en vertel hem dat ik net zomin in God geloof. “We zijn een volk,” probeer ik uit te leggen, “dat heeft niks met godsdienst te maken.” Het overtuigt hem niet. Mij overtuigt het ook niet helemaal, eerlijk gezegd. De halacha er dan maar bijgehaald. “Je hebt nu eenmaal een Joodse moeder zeg ik, dus…”  Dat antwoord bevredigt mij zelf ook maar matig. Wat ooit in Romeinse tijden een valide argument was is inmiddels totaal achterhaald. Wat mij betreft zijn kinderen van alleen een Joodse vader net zo goed Joods. Uiteraard alleen als ze dat zelf willen. Enfin, wie ben ik om zonder enige kennis mijn neef wegwijs te maken in de wondere Joodse wereld.

Erik is filmmaker en ik ben op dit gebied  zijn aanspreekpunt. “Ik ga een film maken over het mysterie dat ik me wel Joods voel hoewel ik niks weet en absoluut niks geloof. Wil je meewerken?”

Natuurlijk wil ik dat, maar ik zeg erbij dat ik ook niks weet. “Maar meer dan ik!” is het antwoord. “Er zin betere middelen denkbaar. Praat met een rabbijn of met een gelovig iemand, ga eens naar een sjoel of maak een lange reis door Israël. Alles is beter dan mij om antwoorden te vragen want ik heb veel te weinig kennis.” Zeg maar gerust geen kennis. “Maar jij viert de feestdagen,” zegt Erik, “en je steekt kaarsen aan op Sjabbbat.” “Niet voor de godsdienst, uit traditie,” zeg ik. “En we zingen er een liedje bij, wat ook nog een gebedje is. Dat moet je maar niet willen vertalen want dat voortdurend bedanken van iets waar ik niet in geloof is me een gruwel.” We komen er natuurlijk niet uit.

De EO (afdeling Joodse Omroep) vindt Eriks zoektocht interessant en hij krijgt de fondsen om zijn film te maken. Prachtig! Ik doe natuurlijk graag me. En zo stond ik woensdagmorgen al heel vroeg met een heuse filmploeg in het Joods Historisch Museum vragen te beantwoorden. En te vertellen waarom ik Joods ben, me Joods voel en niks met het Joodse geloof heb. En waarom ik hartstochtelijk van Israël houd maar er toch niet woon. En over vroeger en de toekomst en de familie en de kleinkinderen en nog veel meer.

Toen we klaar waren vertrokken we naar de Uilenburgsjoel. Daar vertelde ik over onze in Nancy geboren voorvader Pinchas ben Zelig die in 1728 naar Amsterdam en kwam en in 1765 op Muiderberg werd begraven. Dat de familie generaties lang straatarm moet zijn geweest omdat 100 jaar later onze over-over grootvader Salomon nog steeds analfabeet was en woonde waar nu het binnenplaatsje van de sjoel is.

We sloten bij ons thuis de dag af. Nog meer vragen, nog meer antwoorden. Ik deed het graag voor mijn neef en heb uren volgepraat. Maar al die tijd bedacht ik wel dat ik maar wat aankletste omdat ik geen enkel echt antwoord had. “Geeft niet,” zei Erik, “het is in ieder geval authentiek.”  Dat neem ik graag aan.

De EO plande om de film in mei ’21 in de zendtijd van de Joodse Omroep te vertonen. Die planning wordt bij lange na niet gehaald. Eerst gaat Erik nog met zijn nichtje (onze dochter dus) naar Israël. Hij kon geen betere reispartner vinden, Vivian heeft daar tenslotte 20 jaar gewoond. Helaas weet alleen corona wanneer die reis door kan gaan.

Gisteren sprak ik Erik nog even. “Haal je alsjeblieft de onzin uit mijn verhalen? ” vroeg ik. Echte filmman die hij is, vond hij het allemaal prachtig materiaal. “Van de EO mag de film maar 50 minuten duren,” zei hij. “Maar ik vind dat hij eigenlijk minstens anderhalf uur moet zijn.” Hm, dat is wel wat lang. Maar ach, Joodse geleerden worstelen al drieduizend jaar met de vraag wie en wat een Jood is. Om dat vast te stellen is anderhalf uur echt niks.

Ontvang gratis onze nieuwsbrieven!