‘Reddingsvlucht’ – Een nieuwe column van Simon Soesan

Simon Soesan

Het stond duidelijk aangegeven op de luchthaven van Frankfurt. Mijn regering stuurt reddingsvluchten. Vanwege corona, vanwege de mutaties: kom gewoon naar huis, komt alles in orde, als het ware. Waarom? Omdat we nu een eigen land hebben, dat zich om ons bekommert. 

De luchthaven van Frankfurt zag eruit als een museum wat jarenlang dicht is geweest: zeker de helft van de winkeltjes zijn voorgoed gesloten, teken der tijden. Terminal twee is dicht en de grote Terminal 1 is in gebruik, maar slechts gedeeltelijk. Treurig.

Maar ik mocht doorlopen naar het einde van hal C. Ver weg van de normale drukte, laat men daar de vluchten naar Israël inchecken, zodat, als er wat gebeurt, het lekker afgelegen is en er een mogelijkheid zal zijn om het normale leven door te laten gaan. Net als met de Olympiade van 1972, toen het afslachten van 11 Joodse atleten geen reden was om de Spelen te stoppen.

Er waren weinig passagiers vanuit Frankfurt en we zouden later in het vliegtuig nog een paar uur wachten op vluchten uit andere oorden, waar Israëliërs gestrand waren en naar huis moesten. De check-in was niets bijzonders en ook het wachten bij de gate was geen probleem. Uiteraard moesten we rustig en langzaam het vliegtuig betreden, want we gingen niemand besmetten. Nadat alle formulieren, die ik ingevuld had, zorgvuldig gecontroleerd waren, mocht ook ik het vliegtuig in en gaan zitten. We werden eraan herinnerd dat de maskers op neus en mond moesten blijven, iets wat voor sommigen onder ons een uitdaging was. Nee niet vanwege religie of zo, gewoon: alle regels zijn een uitdaging voor ons, Israëliërs, maar uiteindelijk wennen we aan alles.

Er was ons gezegd dat er geen eten of drinken op de vlucht zou zijn, dus had ik van te voren mezelf voorbereid met een menuutje van de enige voedselketen in de wereld, die de grote M van Messias gebruikt en inderdaad, zoals gewoonlijk was de maaltijd een bevrijding. De vlucht verliep vlekkeloos en, toen we eindelijk over Tel Aviv vlogen om te landen, keken we allemaal met heimwee uit het raam. Zelfs ik, uit Haifa, waar wij geloven dat het mooiste in Tel Aviv de trein naar Haifa is.

Het uitstappen duurde erg lang omdat we per persoon mochten opstaan. Aangekomen in de terminal, werden we begeleid naar de paspoortcontrole en, meteen daarna, inschrijving voor het corona hotel en een vlotte corona test.

Met 20 man in de bus kwamen we bij het Dan Panorama in Tel Aviv aan, wat ons coronahotel zou worden. Iedereen blijft daar 10 dagen, opgesloten in een mooie kamer met uitzicht op de zee. Eten wordt driemaal per dag aan de deur gehangen. We hebben zeep, shampoo, wasmiddel en schoonmaakmiddel. Een doorzichtige vuilniszak die, zodra hij vol is, in een zwarte vuilniszak moet, die we buiten de deur laten om te worden opgehaald. Het eten is geen super goed eten, gewoon, simpele maaltijden, waar je geen honger aan overhoudt. De regering betaald…

Ikzelf mag later vandaag, onder begeleiding, een tweede vaccinatie halen, waarna ik terug in mijn kamer moet.

Tot dinsdagochtend, dan mag ik terug naar het vliegveld omdat ik twee maal ingeënt ben en weer aan het werk moet.

Terwijl ik dit schrijf bedenk ik dat ik nog van geen ander land heb gehoord dat zoveel voor haar burgers doet. Moet ook wel. Wij zijn Joden en als we niet voor onszelf zorgen, dan doet niemand dat. Dat hebben we van onze geschiedenis geleerd, ook dankzij Nederland, en speciaal dankzij koningin Wilhelmina. Daarom zit ik hier met een glimlach.

Omdat ik in 1973 voor Israël gekozen heb en in een land leef waar niet alles perfect is, maar we wel van wanten weten als het om overleven gaat. Dus kom maar op, BDS-ers, kom maar op Kaag met je terreur financiering en kom maar op ICC met je lasterlijke aanklagen. Als we zo voor elkaar kunnen zorgen, dan komt alles goed.

Dus ja, ik ben trots, zoals altijd, op mijn land. En die kinnesinne van “anderen”? Ze kunnen allemaal dezelfde pot op, waar ze vanaf gerukt zijn.

Mijn ontbijt is gebracht: vers broodje, 3 soorten kaas, chocolademelk, slaatje van komkommer, tomaat en ui, yoghurt: mijn dag kan niet meer stuk.

Ontvang gratis onze nieuwsbrieven!

Vorig artikelIsraëlische hotels presenteren zich als ‘bed- en breakfast’ nu die wel open mogen
Volgend artikelNieuwe podcast van Joop Soesan uit Israël
Simon Soesan (1956, Beverwijk) woont sinds 1973 in Israël, waar hij zijn eigen sales-en-marketing bureau had. Tegenwoordig is hij vertegenwoordiger van Keren Hayesod – United Israel Appeal in Duitsland. Soesan is bekend van columns in diverse Nederlandse bladen, zoals NRC-Handelsblad, het Reformatorisch Dagblad, Israël Actueel en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Zijn korte verhalen werden gebundeld in 'Pita met hagelslag' (2005) en ‘Patatje vrede’ (2007), 'Apoetaah' (2016) is zijn derde boek en in juni 2018 is 'Ik ben jij' verschenen. Zijn familie en vriendschappen met Joden, Moslims en Christenen, inspireren hem bij het schrijven.