Tijd voor een Haagse koersverandering

Tijd voor een Haagse koersverandering, schrijft Brigitte Wielheesen in een column op Jonet:

Israël behoort tot een van de gezondste en gelukkigste landen ter wereld. Verder is Israël al jaren gezegend met een florerende economie met innovatieve ondernemers die zorgen voor welvaart onder de bevolking. De bloeiende economie van Israël komt óók ten goede aan de Arabische gezinnen met een Israëlisch paspoort. Uit een opiniepeiling van de universiteit van Haifa blijkt dat 71 procent van de Arabieren in Israël dit land een goede plek noemden om te wonen, terwijl 61 procent het land ook als ‘vaderland’ omschreef. Israël heeft acht miljoen inwoners, waarvan er 75 procent Joden en 21 procent Arabieren zijn.

Het aantal Arabische artsen, professoren en afdelingshoofden in Israël neemt constant toe. In de apotheek hoor je bijna alleen nog Hebreeuws met een Arabisch accent. Israël heeft een Arabische rechter in het Hooggerechtshof, vier Arabische partijen in het parlement en in de muziek, media, film en kunstwereld floreren haast net zoveel Arabieren als Joden. Onderzoek heeft ook aangetoond dat van de tien gemeenschappen waar scholen de meeste vooruitgang hebben laten zien, zeven Arabische gemeenschappen zijn.

Geen pr-tekst
De bovenstaande tekst lijkt een public relations-stunt mijnerzijds. Ik was tussen de eerste en tweede Intifada correspondent voor WorldWideTelevision News (WTN) en reis, sinds ik vanaf het jaar 2001 weer in Nederland woon, gemiddeld zo’n drie keer per jaar naar Israël zowel professioneel als privé. Het is geen pr-tekst. Het zijn feiten die ik alleen maar kan onderschrijven. Ik vind dan ook dat ik het recht heb om hard op te roepen dat Israël een geweldig land is voor Arabieren om er te wonen.

‘Ik heb het recht om hard op te roepen dat Israël een geweldig land is voor Arabieren om er te wonen’ Brigitte Wielheesen

Voor deze laatste stelling hoef ik niet eens een vergelijk te maken met de Arabische landen in het Midden-Oosten waar bijvoorbeeld vrouwenrechten geen vrouwenrechten zijn. De Nederlandse vertegenwoordiging van het ministerie van Buitenlandse Zaken, die vorige week voor de zoveelste keer voor een resolutie tegen Israël stemde, had wel deze vergelijking moeten maken. En dan heb ik het nog niet eens over de vraag op welke wijze het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft besloten voor de eenzijdige anti-Israël-motie over Palestijnse vrouwenrechten te stemmen bij het Verenigde Naties orgaan ECOSOC daar een meerderheid van de coalitie niet achter dit besluit staat.

Zogenaamde vredesorganisaties
In mijn ogen zijn er meer zaken waarvan vertegenwoordigers van het ministerie niet begrijpen waarom ze het doen of het tegenovergestelde doen van wat zij zouden moeten doen. Nederland geeft miljoenen aan de Palestijnse Autoriteit, waar onder meer de bonussen voor veroordeelde terroristen die in Israëlische gevangenissen zitten van worden betaald. Ook gaat er geld vanuit het ministerie naar polariserende zogenaamde vredesorganisaties als ‘Breaking the Silence’ en ‘B’tselem’. Van dit Nederlandse belastinggeld kunnen we al die miljoenen beter investeren in onderlinge samenwerkingsprojecten in Israël die polarisatie tegengaan en onderling begrip stimuleren. Ik ondersteun persoonlijk een van die organisaties namelijk Givat Haviva. Zij bestaat al sinds 1949 en is de oudste en grootste organisatie die op velerlei manieren werkt aan vrede en co-existentie tussen de Joodse en Arabische bevolkingsgroepen in Israël.

Givat Haviva
Het is dan ook niet voor niks dat In 2001 Givat Haviva werd bekroond met de UNESCO-prijs voor Vredeseducatie voor haar aanhoudende bijdrage aan het bevorderen van de Joods-Arabische dialoog en het herstel van de onderlinge relatie. Anno 2019 heeft Givat Haviva zo’n 35 projecten onder zich met als doel te bouwen aan een sociaal samenhangende maatschappij voor iedere inwoner. Dat doet zij door de Joodse en Arabische gemeenschappen te betrekken in gezamenlijke activiteiten, seminars, workshops en conferenties die op hun beurt concrete ideeën opleveren die tot een maatschappelijke verandering leiden. Zij zorgt er ook voor dat deze ideeën daadwerkelijk worden gerealiseerd. Waar de politici soms nog falen om de kloof te overbruggen, daar zie ik mannen en vrouwen die in hun dagelijkse leven al lang vrede hebben gesloten met elkaar.

‘Vrede tussen Israël en de Palestijnen komt er als de Israëlische Arabieren zich voor honderd procent Israëli voelen’Brigitte Wielheesen

En laten we eerlijk zijn. Vrede tussen Israël en de Palestijnen komt er als de Israëlische Arabieren zich voor honderd procent Israëli voelen. Dus, minister Blok, minister Kaag en alle vertegenwoordigers op Buitenlandse Zaken, tijd voor een koersverandering. Steun dit soort samenwerkingsprojecten in Israël en laat je stem horen in de Verenigde Naties voor Israël.