2.700 jaar geleden gebruikten de Israëlieten cannabis in de altaren

Residu op de top van dit altaar bevat verbindingen gevonden in cannabis . Foto Israel Antiquities Authority Collection / The Israel Museum

Bij nieuw onderzoek is organisch materiaal gevonden in holten van twee altaren die bij de ingang stonden van een heiligdom in Tel Arad. De ‘fortheuvel’ uit het koninkrijk Juda die tussen 1962 en 1967 door Israëlische architecten werd opgegraven. Onderzoekers ontdekten een mengsel van cannabis en dierlijke mest, waarschijnlijk bedoeld om de aanbidders te stimuleren. Dit is het vroegst bekende gebruik van cannabis in de regio.

De onderzoekers vermoeden dat deze ontdekking kan betekenen dat er ook in de Tempel in Jeruzalem cannabis is gebruikt.

Destijds werden de materialen ook onderzocht, maar de technologie was niet zo geavanceerd als nu. Met gebruik van de hedendaagse moderne technieken voerden onderzoekers van het Israel Museum in Jeruzalem Eran Arie, Baruch Rosen en Dvory Namdar opnieuw onderzoek uit dat ze afgelopen donderdag publiceerden in ‘Tel Aviv’, het academische tijdschrift van het Archeologisch Instituut van de Universiteit van Tel Aviv.

Het kleinere kalkstenen altaar uit het heiligdom uit de ijzertijd, waarvan wordt aangenomen dat het in gebruik was van ongeveer 760 tot 715 van de gewone jaartelling, bevatte cannabidiol (CBD) en tetrahydrocannabinol (THC), samen met een niet-gespecificeerde dierlijke mest-vorm. De mest werd waarschijnlijk gebruikt om de cannabis te verbranden.

Een foto van de twee altaren gevonden bij de ingang van een heiligdom in Tel Arad in het zuiden van Israël, in het Israel Museum in Jeruzalem. Foto Israel Museum / Laura Lachman

Omdat de geur van marihuana zich niet leent om als wierook te gebruiken, is het vrijwel zeker dat het werd verbrand vanwege zijn geneeskrachtige eigenschappen.

Volgens het onderzoek levert Tel Arad het vroegste bewijs voor het gebruik van cannabis in het Oude Nabije Oosten. Uit verschillende naburige culturen was het gebruik van hallucinogene stoffen bekend, maar dit is het eerste bekende bewijs van hallucinogene stoffen die zijn aangetroffen in het koninkrijk Juda.

Het is algemeen bekend dat andere psychoactieve materialen sinds de prehistorie werden gebruikt door de oude culturen uit het Nabije Oosten en de Egeïsche Zee. Het lijkt waarschijnlijk dat de cannabis bij Tel Arad werd gebruikt als een opzettelijke psychoactieve stof, om in extase te raken als onderdeel van cultische ceremonies. Dit maakt de cannabis resten het eerste bewijs van dergelijke aard in de cultus van Juda.

Om dat mest bij een relatief lage temperatuur al verbrandt, geeft dit aan dat de organisatoren wisten wat ze deden.

Volgens de onderzoekers opent de vondst een venster naar de religieuze praktijken ten tijde van de Eerste Tempel. De suggestie wordt gewekt dat cannabis een rol had kunnen spelen bij de rituelen in de Tempel van Jeruzalem. De onderzoekers merkten op dat het fort in Arad een kleinere versie is van de Bijbelse beschrijving van de Tempel van koning Salomo.

Restanten van de Tempel in Tel Arad in de Negev. Foto CC BY-SA Wikimedia commons

Omdat de al-Aqsa-moskee en de Rotskoepel tegenwoordig op de Tempelberg staan, is de toegang van archeologen tot de heilige plaats zeer beperkt, zeg maar onmogelijk.

“Er zijn veel overeenkomsten tussen het Arad-heiligdom en de Eerste Tempel in Jeruzalem. Het lijkt erop dat de twee inderdaad vergelijkbare architectonische kenmerken delen. Bijvoorbeeld de oost-west-as en de indeling van de architecturale ruimtes. Dit kan verwijzen naar gelijkenis in cultische rituelen die in deze structuren worden uitgevoerd.”

Aangezien er tijdens opgravingen in de regio geen cannabiszaden of stuifmeel zijn gevonden, werden de stoffen hoogstwaarschijnlijk in de vorm van droge hars of hasj naar het gebied getransporteerd.

Op het grotere altaar, dat net als het kleinere nu in het Israel Museum in Jeruzalem staat, werd resten van wierook gevonden. Volgens de studie werd wierook verbrand bij cultusactiviteiten.

Van elk altaar werd een heel klein monster genomen en bewaard in aluminiumfolie. Om goede resultaten te garanderen en de mogelijkheid van kruisbesmetting tijdens de processen te minimaliseren, werd de test onafhankelijk herhaald en geanalyseerd, zowel aan het Technion-Israel Institute of Technology als aan de Hebrew University of Jerusalem.