‘Het droevige einde van de discussie’ – een nieuwe column van Rob Fransman

Wanneer je je gesprekspartner respecteert kun je over alles discussiëren, het maakt niet uit hoe controversieel het onderwerp is. Ik heb mijn leven lang geleerd dat met goede vrienden alles bespreekbaar is. Ooit was discussiëren een kunst die in hoog aanzien stond. Maar nu zijn veel zaken onbespreekbaar. Alleen het eigen standpunt is goed, het gelijk van de een is het ongelijk van de ander.

Sinds de vreselijke moord op Georg Floyd is alles taboe wat afwijkt van het dictaat van de deugende mensheid. Natuurlijk is ieder weldenkend mens ervan overtuigd dat Black Live Matters. Discriminatie is fout, punt uit. Maar helaas is een normaal gesprek over de definitie van discriminatie onmogelijk.

Iedere mening die ook maar iets afwijkt van wat de BLM-aanhang beweert is verdacht. “Wij hebben gelijk, wie probeert ons standpunt te nuanceren is een racist. Hoe dan ook is iedereen die niet zwart is racistisch. Zit al in de genen, dat weet iedereen.” Boem, einde gesprek. De verontwaardigden zijn wel heel selectief verontwaardigd.

Onze geschiedenis moet worden herschreven, standbeelden moeten verdwijnen, straten en pleinen moeten hernoemd worden. Soms wordt het ridicuul. In de Volkskrant beweerde iemand dat ook het wiskundebegrip Pi vervangen zou moeten worden door een Afrikaans symbool.

Voortdurend wordt ons door de media verteld dat we door en door racistisch zijn. Wij allemaal, want wit. Blank is ineens een heel vies woord. Ik vind dat onzin. “Je wordt rechts, je schuift op in de richting van de PVV”, wordt me verweten. Nou nee hoor, ik lust de PVV net zomin als de club van Thierry Baudet. Maar zoals een stilstaande klok twee keer per dag de juiste tijd aanwijst, komt ook uit die hoek soms iets zinnigs.

Begrijp me goed, ik vind het ook hoog tijd dat Zwart Piet wordt opgeruimd. Stel je voor dat Sinterklaas in plaats van Zwarte Piet een Joods hulpje had gehad. Niet ondenkbaar, in de tijd van de bisschop uit Mira kende men in Europa nog helemaal geen zwarte mensen. Joden waren er zat. Zouden we het prettig vinden als er Sinterklaasje kom maar binnen met je Jood gezongen werd. Nee? Welnu, zwarte mensen voelen zich onprettig met Zwarte Piet. Schaf die figuur af, blackface kan niet en heeft eigenlijk nooit gekund. Maar daarom sympathiseer ik nog niet met de hysterici die heel Nederland racistisch vinden.

Ene Akwasi riep dat hij de eerstvolgende zwarte piet op zijn gezicht zal trappen. Let op, niet slaan, trappen. Dan krijgt zo’n man een podium bij de zoveelste talkshow en dan hoor ik hem zeggen dat hij zichzelf als een woordkunstenaar ziet. Niemand aan tafel die Akwasi vroeg of hij wel eens onderzocht heeft of zijn eigen Ghanese voorouders betrokken waren bij het aanleveren van de ongelukkigen aan de slavenhandelaren.

En zoals altijd komt de antisemitische aap uit de mouw. ‘Sale Juifs”’ riepen de Parijse demonstranten op een antiracisme betoging. Nog te stom om hun eigen idiotie te begrijpen. In ons land riep vertelde gisteren een Nigeriaanse rapper (ik neem niet eens de moeite om zijn miserabele naam te zoeken) dat hij Israël boycot, dat ultieme racistische land.

De gekte neemt ongekende vormen aan. Het Stedelijk Museum vraagt zich af of de collectie wel gekleurd genoeg is. Het Scapino Ballet krijgt geen subsidie meer van de Gemeente Amsterdam want niet inclusief genoeg. Het gaat maar door en door.

Inmiddels is het standbeeld van Mahatma Gandhi beklad. Dit toonbeeld van geweldloosheid is ineens een racist volgens de jongens en meisjes van BLM. Het wachten is op de gesubsidieerde boekverbranding van Sjors en Sjimmie. Enfin, historicus Jacques Presser voorspelde al in 1947 dat de nieuwe fascisten zich antifascisten zouden noemen. Wat kreeg hij gelijk.

Het zal me een zorg zijn dat er mensen zijn die me rechts vinden omdat ik vraagtekens zet bij de deugidiotie van progressief Nederland. Waar ik wel wakker van lig is dat iedere discussie over een controversieel onderwerp in de kiem wordt gesmoord. Zelfs tussen hele goede vrienden.

Vorige week schreef ik De Ongekozen Burgemeester waarin ik betoogde dat burgemeester Halsema beter kon opstappen. Ik meende dat en ik meen het nog. Het was aanleiding voor een van mijn oudste vrienden om onze vriendschap officieel te beëindigen. Heel officieel en heel ouderwets, per brief. “Je bent me te rechts geworden,” schreef hij, “ik verbreek onze vriendschap.”

Daar zou ik mijn schouders over kunnen ophalen maar dat doe ik niet want het doet pijn.

Is ons klimaat zo verpest dat vrienden niet meer van mening kunnen verschillen? Ik wens mijn kinderen en kleinkinderen een leukere toekomst toe.