‘De stoepier’ – Een nieuwe column van Rob Fransman

In een gesprekje met een zeer belezen vriend, had ik het over een stoepier die ik vroeger kende. ‘Wat is een stoepier?’ vroeg hij. ‘Weet je dat niet?’ vroeg ik verbaasd. Mijn golfgabber is 15 jaar jonger dan ik. Een halve generatie maakt een wereld van verschil uit. Zijn vroeger is 1980, het mijne 1960.

Er bestaan talloze wetenschappelijke studies wanneer en waardoor de wereld veranderde. De middeleeuwen natuurlijk, de industriële revolutie, de wereldoorlogen brachten enorme veranderingen met zich mee. Maar zo snel als de wereld de laatste jaren is veranderd is uniek in de geschiedenis.  Facebook, Twitter, Instagram bepalen nu wat we dragen, wat we eten, wat we lezen (als we dat al doen) en wat we denken. Maar of dat een verbetering is, is de vraag. Een voorbeeld van alle dag:

Op zondagmorgen luister ik graag naar Andere Tijden, een programma over “de onvoltooid verleden tijd,” zoals ze het zelf annonceren. Het is een leuk programma over onderwerpen die ooit belangrijk waren en dat vaak nog zijn. Het wordt gemaakt door serieuze wetenschappers maar de toon is speels. Aanrader dus. En dan komt aan het eind de afknapper, althans voor mij. Er wordt een boekje gepresenteerd, het onderwerp boeit me niet dus ik luister maar half. En dan komt het: “Like ons op Facebook en u krijgt het boekje gratis.” Hallo! De makers van Andere Tijden zijn hoogopgeleide volwassenen. En die hengelen naar een Leuk op Facebook. Sorry hoor, maar sodemieter toch een end op met je like.

Zo, gram even kwijt, lucht op. Terug naar de stoepier. Ja, wat is dat? Een stoe-pier, een soort worm? Of misschien een dakloze bewoner van Ierland, een stoep-Ier? Nee hoor, stoepier was een beroep en het werd op zijn Frans uitgesproken: een stoepjé. De Amsterdamse Nieuwendijk was beroemd om zijn stoepiers. Ze stonden voor iedere herenkledingwinkel en praatten de klant naar binnen. Eenmaal binnen werd de klant een kostuum aangepraat, soms wel twee. De kwaliteit was niet altijd even onberispelijk, maar dat merkte men te laat. Die mensen van Andere Tijden moeten maar eens nagaan of de uitdrukking “in het pak genaaid” daar ontstaan is. Want soms was dat letterlijk zo.

Toen Sellie en ik verloofd waren (in de Zestigerjaren bestond dat nog) verdienden we wat bij als zaterdagkrachten in zo’n winkel op de Nieuwendijk. Sellie achter de kassa, ik als verkoper. Dat iemand die eenmaal binnen was de winkel verliet zonder iets te kopen was onbestaanbaar. Als een verkoop mij niet lukte kwam de chef erbij. Dat was een vage oom Lex, vroeger stoepier geweest. Inmiddels had hij zijn eigen winkel. Lex was een ongelofelijk charmante man met heel veel humor. Hoewel het bijna zestig jaar geleden is zie ik hem nog levendig voor me. Denk aan Joel Grey in Cabaret. Als de klant moeilijk was kwam Lex helpen. Onberispelijk gekleed, zijn pikzwarte haar met brillantine op zijn schedel geplakt, geen lachje op zijn uitgestreken gezicht. Alleen de mensen die hem kenden zagen de twinkeling in zijn ogen. De verkoper van dienst werd dan altijd even te kakken gezet, dat hoorde bij het spel. In een prachtig ouderwets Nederlands, sprak Lex de klant aan: “Ach mijnheer, die jongen moet nog veel leren, ik help u verder,” Vanuit het magazijntje achter de winkel haalde hij exact hetzelfde pak waarmee ik al een halfuur bezig was om de klant te overtuigen dat het hem zo goed stond. En altijd ging de klant tevreden naar huis. Garantie tot de deur, overigens.

Voor de chef was de verkoop heilig. Toch deed hij ook alles voor een lach van zijn personeel. Ik herinner me de boerenman die op een Zaterdag heel lang in de winkel was. Hij had een onmogelijk figuur, niets paste hem en toen ik eindelijk een pak gevonden was dat hem wel paste, was het niet zijn smaak. Oom Lex was in het magazijntje iets aan het doen en liet me aanmodderen. Tot hij tevoorschijn kwam, in een witte doktersjas, een maatlint om zijn hals. “Ik ben de coupeur,” zei hij. Met een zwaai maakte hij de toonbank leeg. “Gaat u hier maar liggen.” Verdomd, de man deed het. Languit lag hij in zijn overhemd op de toonbank. Lex haalde een krijtje uit zijn zak en tekende heel precies de omtrek van de man op de toonbank. Sellie en ik huilden van het lachen, ik kon het niet inhouden. Lex keek om: “wat? Een klant uitlachen? U bent op staande voet ontslagen! De liggende man op de toonbank ontging de knipoog. In het cafeetje aan de overkant wachtte ik tot hij de zaak verliet. Dat duurde best lang. Een half uurtje later zag ik hem, bepakt en bezakt. Lex verkocht hem twee pakken, bijpassende overhemden, dassen en een broekriem.

Zo’n winkel met stoepier bestaat al lang niet meer. In de toeristen-horeca zie je nog wel eens een man die je probeert naar binnen te praten. Beetje ongure types zijn dat. Maar de stoepier was een gentleman. Verdwenen zoals zoveel verdwenen is. Ik zou z’n stoepier best nog eens in actie willen zien. Krijgt hij van mij een like op Facebook.

Ontvang gratis onze nieuwsbrieven!