‘Arme Bertje’ – Een nieuwe column van Simon Soesan

Simon Soesan

De Kerstmarkten zijn razend populair in Duitsland. Bijna elke stad of elk dorp, dat zichzelf respecteert, beweerd dat bij hen de mooiste Kerstmarkt van Europa is te vinden. Uit heel Europa, zelfs uit de hele wereld, komen toeristen voor de atmosfeer, het eten en de Glühwein.

De laatste jaren kwamen er complicaties: bepaalde groepen vonden de naam “Kerstmarkt” erg beledigend vanwege hun overtuigingen. Na een paar ram-incidenten en nog wat bedreigingen spreekt men in de grote, liberale steden in Duitsland van een Wintermarkt. Want waarom aan tradities hangen als je alles kunt opgeven?

Ook ik loop in de winter graag over een Kerstmarkt te slenteren. Vooral omdat in die paar weken “mijn mannetje” komt: een friettent met Vlaamse patat! En Belgische mayonaise! Daar ik ver van mijn geliefde snackbar Oase in Beverwijk en FEBO ben, is deze tent mijn persoonlijke bedevaartsoord in de koude winter: alles en iedereen kan wachten totdat ik mijn zak friet met mayo verorberd heb.

En toen kwam Corona. Veel hoef ik u daar niet over te vertellen: we maken het allemaal mee. Maar omdat we voorzichtig moeten zijn, heeft Mutti Merkel de zaken platgelegd. Wat inhoudt dat de winkels amper open zijn, restaurants gesloten zijn en je voor cadeaus beter Amazon kunt bellen, want er is geen Kerstmarkt. Zelfs geen wintermarkt. Geen markt.

Dit jaar gaan we niet even naar het pittoreske Michelstadt, dat een van de mooiste Kerstmarkten in de wereld heeft (na Colmar in Frankrijk). Niet naar Rottenberg, waar het er middeleeuws aan toe gaat en ook niet naar Düsseldorf om Nederlanders te horen klagen over de prijzen, de afstand en het weer.

Het raadhuisplein in Frankfurt is wereldberoemd: de totaal kapot gebombardeerde oude wijk om het Raadhuis is na bijna 80 jaar herbouwd: steentje voor steentje, precies zoals het “vroeger” was. Op het midden van het plein laat een rond gedenkteken de bezoeker stilstaan bij het feit hoe de goede burgers van de stad in 1938 opgewonden hier boeken stonden te verbranden. Maar elk jaar kun je hier het centrum van de Kerstmarkt vinden, traditioneel gebouwd om de Kerstboom van Frankfurt, die de naam “”Bertl” kreeg. Bertje, zeg maar

Deze week werd ik met anderen uitgenodigd voor het aansteken van de verlichting van de Kerstboom. Normaal gesproken een evenement met duizenden bezoekers: deze week stonden we met 12 man te kijken. Het plein is leeg, de stad is leeg.

Er zijn weinig Kerstversieringen te zien, weinig feestlichtjes. De Duitsers mogen op dit moment tot aan vijf mensen van twee verschillende huishoudens samen zijn. Bij de Kerst gaat dat even omhoog tot 10 mensen. 

Er zijn weinig mensen op straat, de winkels zijn gesloten, bars, restaurants – alles is dicht, hoewel je uiteraard eten kunt bestellen, wat thuis bezorgd wordt. Maar waar is de logica om vreemden voor je te laten koken op het moment dat je voorzichtig moet zijn met wat je van vreemde mensen aanneemt? 

Bertl, Bertje, de boom staat alleen dit jaar. Honden pissen en poepen tegen de boom aan. Het is alsof het universum wil zeggen: “Oh, jij annuleerde de Kerstmarkt? Dan helemaal niets!”.

Mazzel dat ze Chanoeka niet hebben geannuleerd…

Ontvang gratis onze nieuwsbrieven!

Vorig artikelMeerderheid Israëliërs wil dat de IDF coronacrisis beheert
Volgend artikelIsraëlische wetenschappers zeggen het verouderingsproces te kunnen keren
Simon Soesan (1956, Beverwijk) woont sinds 1973 in Israël, waar hij zijn eigen sales-en-marketing bureau had. Tegenwoordig is hij vertegenwoordiger van Keren Hayesod – United Israel Appeal in Duitsland. Soesan is bekend van columns in diverse Nederlandse bladen, zoals NRC-Handelsblad, het Reformatorisch Dagblad, Israël Actueel en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Zijn korte verhalen werden gebundeld in 'Pita met hagelslag' (2005) en ‘Patatje vrede’ (2007), 'Apoetaah' (2016) is zijn derde boek en in juni 2018 is 'Ik ben jij' verschenen. Zijn familie en vriendschappen met Joden, Moslims en Christenen, inspireren hem bij het schrijven.