‘Avontuur in Coronaland’ – Een nieuwe column van Simon Soesan

Simon Soesan

Ik ben in Haifa, waar ik jaren woon. Morgen wordt onze kleinzoon ingewijd in het verbond tussen Abraham en de Almachtige. Wat bij u een besnijdenis heet en binnenkort niet meer buiten Israël zal bestaan, want uw politici zullen alles doen om onze tradities te vernietigen. Maar dat is de prijs die je als Jood moet betalen als je in een land wil leven wat geleid wordt door pure antisemieten.

Niet dat ik wat tegen antisemieten heb: ik neem ze erg serieus, daar de geschiedenis van mijn Volk ons leert dat deze mensen het serieus menen. Ik pas op voor ze. Ik geloof dat Israël het enige land is voor Joden, maar wie anders denkt heb ik geen probleem me. De onlangs uitgezonden EO documentaire over de relatie tussen Joden en het Koningshuis, waar ik een kleine bijdrage aan mocht leveren, liet de kijker zien dat er qua antisemitisme niets nieuws onder de zon is in Nederland. Althans: met uitzondering van de recente rede van de Koning op de Dam, tijdens de dodenherdenking. 

Nee, ik ben lekker thuis, in Israël, waar ik me 10 dagen gedeisd moest houden, omdat ik in quarantaine moest. Eenmaal vrij was het eerste bezoek aan onze nieuwgeboren kleinzoon. Later op dezelfde dag mocht ik de 10 dagen eenzaamheid inhalen in gezelschap van alle kleine bandieten.

Echter, ik ben een zwemmer. Gewoonlijk zwem ik in Israël elke morgen om 5 uur twee kilometer in een zwembad, samen met vrienden die dit genot al meer dan 20 jaar met mij delen. Geen haast, gewoon lekker zwemmen. Maar ook dat heeft de Corona versjteerd. Dus wat doe je in Haifa na tien dagen in een kamertje en maandenlang al zonder zwemmen? Ik ging naar het strand, liep de zee in en begon heerlijk rustig te zwemmen. Eind december, mijn vrienden in Frankfurt bibberen van de kou en het gure weer en ik zwom in de zee!

Normaal gesproken zwem ik in de lengte van het strand, maar de zee was zo stil (a lady’s mirror”, zou Leonard Cohen zeggen) dat ik besloot lekker ver de zee in te gaan in een rustig, maar krachtig tempo. 

Na ongeveer anderhalf uur, wat een 3 kilometer zou zijn, waren er opeens golven en kwam er een marineschip – een kleintje – naast me. Verbaasde soldaten vroegen me waar ik mee bezig was. Ik grapte en vroeg of ik in de goede richting van Cyprus was, waardoor hun ongerustheid plaats gaf voor een glimlach. Ze boden me aan om me terug te nemen, maar ik sloeg het aanbod af. Toen ik een tijdje later op het strand aankwam, stonden er twee heuse politieagenten op me te wachten. Of ik dat nooit meer wilde doen. Eerlijk gezegd verwachtte ik dat ze me zouden vragen of ik iets aan te geven had, of misschien een opmerking dat ik zonder mond- en neus bedekking zwom, maar ze waren echt bezorgd en verzekerden zich dat ze de juiste persoon aan hadden gehouden door het marineschip te bellen, daar ik niet echt moe was.

De Corona heeft het leven voor iedereen veranderd. Toen ik, onderweg naar huis, snel nog de beste Shoarma in de wereld ging halen, bleek dat ook mijn favoriete tent dicht was en je alleen maar eten kon afhalen. Maar wij Israeli’s hebben problemen met sociale afstanden te houden. We wonen op elkaar, bemoeien ons met elkaar en ook buiten deze Shoarmatent zaten de tevreden klanten op de stoeprand, naast elkaar, lekker te smikkelen en ik verzeker u dat geen agent het in zijn hoofd zal halen zoveel vreugde te verbreken.

Thuisgekomen bleek dat de politie mijn zwemavontuur had verklikt en kreeg ik nog een standje. Helaas kon ik niemand beloven dat ik het nooit meer zal doen, zeker niet zolang de zwembaden dicht zijn. De meegebrachte lekkernijen tekenden de vrede.

Binnenkort ruil ik Haifa weer in voor het koude Europa. Maar de zon, het genot van het gezelschap van onze kinderen en kleinkinderen zullen me warm houden tot het volgende bezoek.

Ontvang gratis onze nieuwsbrieven!