‘Open armen’ – Een nieuwe column van Simon Soesan

Simon Soesan

Gestel u woont in een land waar de aankomst van nieuwe immigranten door de regering wordt gevierd met haar persoonlijke aanwezigheid bij de aankomst.

Dat kent u niet.

Toen ik begin 70-er jaren van de vorige eeuw (wat een dramatische zin!) als nieuw immigrant aankwam, werd ik opgewacht door een vertegenwoordiger van de Jewish Agency. Deze nam mij van het vliegtuig mee, hielp me op het vliegveld naar de kantoren van deze organisatie en daar kreeg ik een vlaggetje van Israël, mijn identiteitsbewijs en mijn “nieuwe immigrant”-bewijs waarmee ik taxfree huisraad kon kopen. Ik heb dat bewijs nog.

Wie als nieuw immigrant aankomt in Israël ondergaat heeft wat emoties. Israël is geen Australië: je emigreert niet om beter te verdienen of om te kijken wat er dan gebeurt. Een Jood emigreert naar Israël omdat er een hele gedachtegang achter zit: zionisme, Joods bewustzijn, naar huis toe gaan of je wilt je met bijna 6000 jaar geschiedenis en identiteit aansluiten. 

Voor mij was het een mix van al deze. Mijn eerste landing in Israël was zeer emotioneel en na honderden vluchten moet ik nog steeds even extra slikken als ik de kustlijn van mijn land zie. En nee, ik slik niet vanwege verstopte oren tijdens het landen. 

Mijn land stelt als eerste doel het naar huis brengen van Joden. Dat werd in 1897, tijdens het eerste zionistische congres in Basel vastgelegd. Omdat eigenlijk niemand ons wil. Sindsdien heeft onze staat veel ondernomen om Joden, van waar dan ook, naar huis te brengen. De lezer kent waarschijnlijk de gevallen waarbij een Jood, alleen of met familie, besluit naar Israël te emigreren. Wij noemen dat Aliyah, opstijgen, omdat we naar de berg Zion gaan. Maar er zijn landen waar Joden niet veel mogen, en zeker emigratie uit Israël is nog in aardig wat landen verboden.

Mocht u gehoord hebben dat een familie van 4 uit Jemen in Israël is aangekomen, dan is dat niet een geval dat gelijk staat aan een familie die uit Nederland emigreert. In een land als Jemen moet zo een familie vluchten. Naar de woestijn, wat niet een dagje aan het strand is: vaak moeten ze weken lopen. Daar is een ontmoetingspunt waar een helikopter uit het niets verschijnt, met Israëlische commando’s, die deze familie meeneemt en naar een boot brengt, die ze dan langzaam naar Israël brengt. 

En dan heb ik het nog niet over andere landen die Joden bijna alles verbieden. De gekste en ongelooflijke stunts zijn uitgehaald om Joden naar huis te blijven en dat is nog een reden waarom ik een trotse Israeli ben: er is geen grens, geen limiet, wat wij doen om Joods leven te redden, ook als we Joodse gijzelaars duizenden kilometers van huis moeten ophalen. Een film van 90 minuten beschrijft niet wat er allemaal gebeurd is in 1976 in en om Entebbe. Wel is het een feit dat sindsdien geen Kaag-gesubsidieerde terrorist het in zijn hoofd haalt om een Israëlisch vliegtuig te kapen. 

Ik schrijf u al dit omdat ik op dit moment, dankzij het internet, de aankomst bijwoon van nog een paar honderd Ethiopische immigranten op Ben Gurion airport. De premier, ministers en vele anderen zijn daar persoonlijk aanwezig en verwelkomen onze broeders en zusters thuis. Waar in de wereld, in welk land, kan dit gebeuren?? Alleen bij ons, alleen in Israël.

Maar het meest ongelooflijke is de persoon die naar Ethiopië vloog om deze mensen persoonlijk op te halen: Pnina Tamano Shatta kwam als klein meisje in de tachtiger jaren naar Israël, tijdens “operatie Shlomo”, toen wij, gek land dat we zijn, in 1 nacht duizenden Ethiopiërs naar huis brachten. Dezen hadden maanden in de woestijn gelopen, velen bezweken en velen werden beroofd en verkracht door rovers en boeven. Maar Pnina haalde het en is nu onze minister van immigratie. Voor u een feit, maar bij ons ligt dat heel emotioneel. Ook deze groep immigranten zal zich aardig snel integreren. 

Niet dat het leven bij ons probleemloos is. We hebben heel wat problemen, van corrupte politici tot huisgeweld aan toe. Maar we doen er wat aan. En voor een democratie die slecht 73 jaar oud is, doen we het zo slecht nog niet.

Daarom stopte ik vandaag even met alle bezigheden en riep mijn team om naar mijn bureau te komen en kijken naar de ontvangst van deze nieuwe immigranten, zodat ze weten waarom we doen wat wij doen.

En terwijl de wereld kijkt of ze onze koosjer-wetten kunnen annuleren en misschien ook onze besnijdenis kunnen verbieden, heten wij onze broeders en zusters welkom, met open armen.

Welkom thuis.

Ontvang gratis onze nieuwsbrieven!